Kinderen

Wat is kinderergotherapie?

Kinderergotherapie richt zich op het verbeteren van activiteiten uit het dagelijks leven, op school en thuis. Het gaat met name om handelingen binnen het spel, de schoolse vaardigheden en de zelfredzaamheid. Veel kinderen hebben een lichte achterstand zonder een bekende of vastgestelde onderliggende oorzaak, maar problemen kunnen ook voorkomen bij kinderen met een lichamelijke beperking, een gedrags- en/of contactstoornis.

De ergotherapeut onderzoekt waar en waarom het kind moeite mee heeft met bepaalde activiteiten en richt zich op de verbetering hiervan. Door middel van behandeling, begeleiding, ondersteuning of advies aan het kind, de ouders en andere betrokkenen kunnen deze problemen verminderd dan wel opgelost worden.

Komt mijn kind in aamerking voor ergotherapie?

Wij behandelen kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. U kunt met uw kind bij onze kinderergotherapeuten terecht voor onderzoek, behandeling, voorlichting en advies. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier, wijze en tempo. Deze ontwikkeling verloopt niet altijd op alle gebieden vanzelfsprekend. Hierdoor kan een kind niet in staat zijn de dingen te doen die het graag wil (of moet) doen.

Kinderen die voor ergotherapie in aanmerking komen, kunnen bijvoorbeeld tegen één of meerdere van onderstaande problemen aan lopen:

  • Moeite hebben met de schoolse vaardigheden als het tekenen, knippen, kleuren en/of schrijven.
  • Moeite hebben met ruimtelijke oriëntatie of visuele waarneming.
  • Problemen ervaren in het (zelfstandig) uitvoeren van dagelijkse handelingen (ADL) zoals het aan- en uitkleden, eten, veters strikken enzovoorts.
  • Motorische onrust vertonen zoals altijd in beweging willen zijn, moeite hebben met stilzitten, friemelen met de handen, enzovoorts.
  • Een verkeerde lichaamshouding hebben en/of extra ondersteuning nodig hebben in de zit- en/of lighouding.
  • Bewegen en verplaatsen op basis van fysieke en/of cognitieve problematiek.
  • Aandacht- en concentratieproblemen hebben, snel afgeleid zijn.
  • Coördinatie- of planningsproblemen hebben, zoals onhandig zijn en vaak ongelukjes hebben.

SI – Sensorische Informatieverwerking

Wat is het?

Sensorische informatieverwerking, ook wel zintuiglijke prikkelverwerking (ZiP) genoemd, is het neurologische verwerkingsproces van zintuiglijke informatie. Zintuiglijke informatie wordt door het zenuwstelsel opgenomen, verwerkt en geïntegreerd, zodat een adequate reactie mogelijk wordt gemaakt. Voorheen werd dit Sensorische Integratie genoemd.

Sensorische informatieverwerking is een hele mond vol, maar betekent eigenlijk niet meer dan ‘zintuiglijk’: horen, proeven, ruiken en voelen. Bij sommige kinderen werken de zintuigen niet goed samen. Ze hebben dan sensorische informatieverwerkingsproblemen. Dat uit zich in hun gedrag. Ze zijn bijvoorbeeld heel onhandig, of worden snel boos. Maar het kan hun gedrag ook op heel andere manieren beïnvloeden. Niet veel mensen weten van het bestaan van prikkelverwerkingsproblemen af. Dit kan problemen geven voor het kind, omdat het niet wordt begrepen door de omgeving.

Heeft mijn kind problemen met de prikkelverwerking?

Een kind met SI-problemen heeft een minder georganiseerd brein. Omdat de samenhang tussen hersenen en gedrag heel sterk is, zal zijn gedrag ook minder georganiseerd zijn. Dat kan zich op een heleboel verschillende manieren uiten. Dat is wat herkenning van prikkelverwerkingsproblematiek lastig maakt: de symptomen zijn bij ieder kind verschillend. Er zijn immers héél veel zintuigen en die werken ook nog eens bij iedereen anders.

Het is bijna niet voor te stellen hoe zeer onze zintuigen ons van dienst zijn. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat we wakker blijven (harde muziek aan in de auto) of juist rustig worden (met geurkaars aan in bad). En zo zijn er nog veel meer dingen waarbij onze zintuigen bepalen hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen.

Zintuigen die niet goed samenwerken kunnen daarom dus ook op heel veel momenten, op heel veel manieren een rol spelen bij het gedrag van een kind. Bovendien kan het voorkomen in combinatie met andere stoornissen, zoals ADHD en DCD.

Kinderen met problemen in de SI willen graag wel soepel reageren op de buitenwereld, maar kunnen dit gewoonweg niet. Het gevolg is vaak onbegrip vanuit de omgeving. Die snapt immers niet waarom het kind zo snel boos wordt, of niet goed luistert. Daarom is het belangrijk SI-problemen te (h)erkennen: zodat er hulp en begrip komt voor de problemen die het kind ondervindt.

Voorbeelden:

  • Problemen met aanraking

Het kind raakt van streek tijdens de verzorging (het begint bijvoorbeeld te huilen als het haar wordt gedaan, gezicht wordt gewassen of de nagels worden geknipt). Het kind vermijdt lopen op blote voeten, vooral in het zand. Het kind vertoont ongebruikelijke behoefte om aan bepaalde oppervlakken of structuren te zitten (bijvoorbeeld voortdurend bepaald speelgoed aanraken). Het kind krimpt ineen als hij op een vriendelijke manier wordt aangeraakt.

  • Problemen met beweging en balans

Het kind wordt angstig als zijn voeten van de grond komen. Het kind is bang voor hoogtes en bang om te vallen. Het kind heeft een hekel aan liften of roltrappen. Het kind heeft een hekel aan activiteiten waarbij het hoofd ondersteboven hangt. Het kind geniet van draaimolens en snel rijden. Het kind gooit zichzelf voor de grap op de grond, tegen de muur of tegen anderen aan.

  • Problemen met visuele prikkels

Het kind is snel afgeleid door wat hij ziet. Het kind knippert veel met zijn ogen bij fel licht. Het kind heeft problemen met oogcontact maken.

  • Problemen met auditieve prikkels

Het kind vertoont een negatieve reactie (bijvoorbeeld handen voor zijn oren houden) op onverwachte, harde geluiden. Het kind is snel afgeleid door geluiden in de omgeving (het kan bijvoorbeeld niet werken met achtergrondgeluiden). Het kind reageert niet wanneer zijn naam wordt geroepen, ondanks goed gehoor. Het kind geniet van vreemde geluiden of maakt graag harde geluiden.

  • Problemen met smaak en geur

Het kind eet alleen of beperkt zich tot voedsel met bepaalde smaken, een bepaalde structuur of temperatuur. Het kind toont een sterke voorkeur voor bepaalde geuren en smaken. Het kind kauwt of likt aan niet-eetbare voorwerpen.

Wat is eraan te doen?

Kinderen met prikkelverwerkingsproblemen kunnen bij ons worden aangemeld. Na aanmelding zullen wij eerst bekijken wat er precies aan de hand is. Zo brengen we onder andere in kaart of er sprake is van onder- en/of overprikkeling en op welke zintuiggebieden zich dit manifesteert.  Dus welke zintuiginformatie moet juist worden gestimuleerd of beperkt worden. In de therapie wordt veel gebruik gemaakt van spelmateriaal dat de verwerking van zintuiglijke informatie stimuleert. Het kind heeft inbreng in de activiteiten, en kan zo ook laten zien wat het wel kan.

Bron: ‘7 Zintuigen’, www.7zintuigen.nl

HG – Hooggevoeligheid

Wat is het?

Hoogevoeligheid, ook wel hoogsensitiviteit genoemd, is een eigenschap waarmee 1 op de 4 mensen geboren wordt. Hooggevoelig zijn betekent dat je gevoeliger bent voor prikkels (intern en uit je omgeving). Je neemt meer prikkels waar, verwerkt ze dieper en legt meer verbindingen. De term HSP wordt vaak gebruikt om een hoogsensitief persoon aan te duiden: Highly Sensitive Person. Tegenwoordig zijn er ook allerlei termen voor hooggevoelige kinderen (HGK): nieuwetijdskinderen, sterrenkinderen, noem maar op.

Is mijn kind (en/of ben ik zelf) hooggevoelig?

Hooggevoeligheid lijkt op het eerste gezicht lastig. Een (hoog)gevoelig mens is eerder moe, kan niet zo goed tegen bepaalde situaties (zoals drukte, winkelen en schoolreisjes), is misschien eerder ziek, eerder boos, onbegrijpelijk in zijn uitbarstingen of onbegrijpelijk in zichzelf gekeerd en kan niet altijd goed tegen school of tegen werkomgevingen.

Wat zie je bij hooggevoelige kinderen?

  • Eerlijk, gevoelig, emotioneel, dromerig, fantasierijk… dit soort kwalificaties zijn op hooggevoelige kinderen van toepassing. Als een kind met deze kwaliteiten veelal overprikkeld is of geen ruimte heeft om zich te uiten, worden deze eigenschappen door de omgeving gemakkelijk gezien als ‘te’. Dan krijgt het kind de labels: ‘overgevoelig’, altijd moe, ‘niet aanwezig’, ‘verzint altijd alles’ en ‘lastig’ of ‘druk’.
  • Heftige gevoelens: niets is ‘gewoon’, alles voelt heftig.
  • Gedrag: bij overprikkeldheid zie je de stressreacties: vechten, vluchten of bevriezen.
  • Pijn, fysiek en emotioneel.
  • Verdriet.
  • Slecht slapen en/of slecht inslapen.
  • Gevolg gedragingen: agressie, boosheid, angst, depressiviteit, afsluiting, aannemen van de slachtofferrol. 

Deze negatieve kant van veel voelen is vaak het eerste wat men tegenkomt. Het gaat dan immers niet zo goed met een kind en daar moet iets aan gedaan worden.

Wat is eraan te doen?

Veel gevoelige mensen raken vervreemd van zichzelf en van de samenleving. Daarom is het zaak dat er meer herkenning en daarmee erkenning komt. Als we hooggevoeligheid herkennen, kunnen we er ook naar handelen, mee leven en juist als kwaliteit gaan gebruiken.

De ergotherapeut met de specialisatie HG kan (jou en/of) je gevoelige kind begeleiden, zodat jullie bewust worden van jullie zelf en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het eigen welzijn. Allereerst is nodig te begrijpen wat hooggevoeligheid is en hoe het werkt. Vervolgens is herkenning en erkenning van gedrag en verschijnselen van het kind (of jijzelf) nodig. Daarna kan het kind (of jijzelf) door middel van oefeningen krachtiger en zelfbewuster worden.

Bron: ‘Hooggevoelig heel gewoon’, www.hooggevoeligheelgewoon.nl